Annotations

The text is set in the past tense.

1: drongen er op aan
[aansporen] urge, press [met klem trachten gedaan te krijgen] insist - the past tense is used here

2: in ieder geval
in any case

3: kennis
[bekende] acquaintance

4: tevoren
[vroeger] before, previously [vooraf] beforehand

5: moeilijkheden
[het moeilijk zijn] difficulty, trouble [probleem] difficulty, problem

6: heleboel
quite a lot, a whole lot, lots

7:achtergelaten te zijn
[achtergelaten, in een toestand] leave behind, the past perfect is used here

8: morgenochtend
tomorrow morning, in the morning

9:beloofde
[beloven, toezeggen] promise, firm, pledge, the past tense is used here

10: ontmoette
[ontmoeten (onvoorzien tegemoet komen)] meet, come across [volgens afspraak treffen] meet, see


Hints last updated: